Jezus is onze bemiddelaar: ons leven moet daarvan getuigen

Wij zijn Gods akker, en Jezus is de bewerker van deze akker. Het is aan ons om goede vruchten te dragen die Jezus kan oogsten en voor ons aan God kan overhandigen.

Geschreven door Sigurd Bratlie
Jezus is onze bemiddelaar: ons leven moet daarvan getuigen

Het werk dat Jezus moet doen in ons nadat we zijn verzoend door Zijn bloed wordt uitgedrukt in de volgende woorden:

“Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker… bent ú.” 1 Korinthe 3:9.

“Want de aarde die de regen indrinkt, die er dikwijls op valt, en die nuttig gewas voortbrengt voor hen door wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God. Maar de aarde die dorens en distels voortbrengt, is verwerpelijk en de vervloeking nabij, waarvan het einde tot verbranding leidt.” Hebreeën 6:7-8.

Een vruchtbare akker

Doordat we verzoend zijn door het bloed van Jezus zijn we een akker geworden waar God om geeft. Jezus, onze hemelse hogepriester heeft de taak gekregen deze te bewerken. God bewerkt die dingen in ons die Hem behagen, door Jezus Christus. (Hebreeën 13:20-21).

Hier zien we het werk van Jezus als onze bemiddelaar. Hij staat voor het aangezicht van God en laat weten wat Hij werkt in ons, omdat Zijn bemiddeling hoogst noodzakelijk  is voor ons.

Jezus zelf heeft ook medearbeiders in degenen die Hij heeft gevormd. Degenen die Hij in de gemeente heeft aangesteld in verschillende taken zijn Gods medearbeiders. Jezus is onze hogepriester, maar Hij heeft zelf ook priesters die hem assisteren.

“… om een dienaar van Jezus Christus te zijn voor de heidenen, door het Evangelie van God als een priester te dienen, opdat het offer van de heidenen welgevallig zou zijn aan God, geheiligd door de Heilige Geest.” Romeinen 15:16

“… dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.” 1 Petrus 2:5.

De geestelijke offers die God moeten behagen zijn de vrucht  van wat  op zijn akker groeit: bijvoorbeeld offers van lofprijzing  en delen met de anderen. God is blij met zulke offers. Hebreeën  13:15-16. Gods Woord is het zaad, en als dit Woord vorm krijgt in onze daden dan worden het geestelijke offers. Daarom moet het gehele lichaam een welbehaaglijk offer worden voor God. Dan zal de aarde goede vruchten voortbrengen. Ook hierin is Jezus onze bemiddelaar. Jezus, die ons vertelt wat Gods werkingen zijn, zal deze offers en gaven teruggeven aan God.

“Ik ken uw werken”

“De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo’n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen… Want elke hogepriester wordt aangesteld om gaven en slachtoffers te offeren. Daarom was het noodzakelijk dat ook Deze iets had om te offeren.” Hebreeën 8:1-3.

Als de grond echter doornen en distels voortbrengt, met andere woorden, als we zondigen, dan kan Jezus die vruchten niet overhandigen aan de Vader. God vraagt altijd naar de vrucht. “Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt…” Johannes 15:8

Het eerste wat Jezus tot de zeven gemeenten zegt is: “Ik ken uw werken.” En Hij oordeelde hen naar hun werken. Jezus zegt dat Hij de naam van hem die overwint zal belijden voor Zijn Vader en voor Zijn engelen. (Openbaringen 3:5)

Laten we daarom Jezus, onze hogepriester en bemiddelaar, hoog in ere houden en laten we een goede akker zijn voor Gods woord en Zijn werkingen. Dan zal onze gemeenschap met de Vader betekenisvoller worden door Jezus, onze bemiddelaar, en als Hij de vruchten van Gods werk teruggeeft aan Hem, zijn we bekend bij God. (Galaten 4:9). Dan zullen de Vader en de Zoon naar ons toe komen en  bij ons wonen. (Johannes 14:23)

Dit is een uittreksel van een artikel getiteld “Onze hemelse hogepriester”, eerder gepubliceerd in het Noors, in het BCC’s maandblad Skjulte Skatter (Verborgen Schatten) in juli 1952.
© Copyright Stiftelsen Skjulte Skatters Forlag

 

Download gratis e-book

Zulk een heil

Geschreven door Sigurd Bratlie

De apostel die de Hebreeënbrief schrijft noemt het “een woord van vermaning”. Het doel van dit boek is om deze vermaning te versterken en uit te diepen, en geloof en verlossing te brengen aan allen die een hemelse roeping hebben. Allen die de vermaning uit de Hebreeënbrief opvolgen kunnen deel krijgen aan deze grote verlossing.