Hoe kan ik een lid zijn van het lichaam van Christus?

Ieder lid van het lichaam van Christus is waardevol. Hoe kan ik mijn rol daarin vinden en vervullen?

Geschreven door Heather Crawford
Hoe kan ik een lid zijn van het lichaam van Christus?

“Opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.” Johannes 17:21.

Zou het echt mogelijk zijn dat alle mensen één worden op de manier die Jezus hier aangeeft – allen leden van één lichaam? De wereld is zo divers. We hebben verschillende culturen, talen, omstandigheden, persoonlijkheden en interesses. Hoe is het mogelijk dat mensen die zo verschillend zijn toch één kunnen worden, zo dat liefde ons drijft en er vrede onder ons kan zijn?

In Zijn gebed spreekt Jezus over het bewaren van Gods woord en over het liefhebben van de waarheid. Als ik kijk hoe ik reageer op de ander, realiseer ik mij hoe vaak het de zonde in mijn eigen vlees is die ervoor zorgt dat ik in conflict kom met anderen (Jacobus 4:1-2). Ook al is het alleen in mijn gedachten en maak ik geen ruzie met iemand, dan komt er misschien toch irritatie op over iets wat diegene heeft gezegd of gedaan. Of misschien kom ik in de verleiding om op anderen neer te kijken omdat ze anders zijn dan mij, of minder “voornaam” lijken. Als ik deze gedachten onderzoek met behulp van het Woord van God, dan zie ik dat ik in werkelijkheid vaak zeer trotse gedachten over mijzelf heb. En als ik deze gedachten toesta om te groeien, veroorzaken ze onrust en spanning wanneer ik samen met anderen ben. Als ik Gods oordeel over deze dingen in mijn leven aanvaard en me ervan reinig kan ik vrede krijgen met alle mensen.

Wij zijn leden van één lichaam.

Want zoals het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus.
Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt
.” 1 Korintiërs 12:12-13.

Toen Jezus zijn tijd op aarde had afgesloten zond Hij Zijn Geest terug naar de discipelen zodat zij kracht kregen om de zonde te overwinnen op de manier waarop Jezus dat tijdens Zijn tijd op aarde had gedaan. Het was Jezus’ bedoeling om niet alleen een weg terug naar de Vader te bewerkstelligen (of maken?), maar ook om het mogelijk te maken Hem te volgen. Omdat Hij deze weg terug naar God heeft geopend, is Hij het Hoofd van het lichaam. Maar God is ook bezig een lichaam op aarde te vormen van mensen die dezelfde weg gaan die Jezus ging. De leden van dit lichaam zijn bijzonder divers – uit elke hoek van de aarde. Er zijn geen aardse kwalificaties nodig om tot dit lichaam te behoren – alleen een liefde voor Jezus die me ertoe dringt Hem te volgen op de weg van het kruis.

Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar. En nu hebben wij genadegaven, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven…” Romeinen 12:4-6.

Niet alle delen van het lichaam zijn hetzelfde en elk deel vervult een andere functie. Maar Paulus legt hier duidelijk uit dat ieder deel even belangrijk is zodat het lichaam in harmonie kan functioneren. Dit betekent dat het niet uitmaakt wat mijn leeftijd, geslacht, nationaliteit of omstandigheden zijn, of hoe mijn persoonlijkheid is: ik ben een onmisbaar onderdeel van het lichaam van Christus als ik hem volg op de weg van heiligmaking!

Ieder lid van het lichaam is waardevol!

Mensen worden automatisch aangetrokken tot datgene wat wordt gezien als groot of eervol in de ogen van mensen. Het is zo natuurlijk om neer te kijken op iets wat misschien nodig is, maar wat niet gezien wordt als “belangrijk”. Maar de waarheid is dat God iedereen precies heeft gemaakt zoals hij of zij is. In Zijn ogen is het kleinste deel van het lichaam even waardevol als het meer zichtbare!

Voor de grondlegging van de wereld heeft Hij werken klaargelegd die precies bij mij passen en die niemand anders kan doen op de manier zoals Hij het heeft bedoeld (Psalm 139:16). Wanneer ik de waarde kan zien van de werken die God mij te doen geeft – ook al lijken ze klein en onbelangrijk – dan werk ik 100 procent mee met het bouwen van het lichaam van Christus, zolang ik ze in gehoorzaamheid doe. En als ik precies datgene doe wat God me te doen heeft gegeven en bid voor de anderen dat zij hun taken kunnen doen, dan help ik mee om het hele lichaam te versterken waardoor het in perfecte harmonie functioneert.

Paulus schrijft dat het begrijpen van de waarde van elk lid van het lichaam een geheimenis is (Efeziërs 5:32). Pas als de Heilige Geest het mij openbaart kan ik werkelijk de waarde van degenen om mij heen zien zoals God hen ziet (Efeziërs 1:17-18). En als ik erken dat er in mij iets is dat onenigheid veroorzaakt, en ik “mijn ziel reinig in gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest”, wordt het natuurlijk voor mij om de anderen “vurig lief te hebben uit een rein hart” (1 Petrus 1:22). Elke verdeeldheid die uit onze verschillen zou kunnen voortkomen vervaagt wanneer we gemeenschap in de Geest hebben. Als ik dan anderen de werken zie doen die ik niet kan doen word ik niet jaloers maar raak ik vervuld van dankbaarheid en liefde voor ieder lid omdat ik het resultaat zie van het werken in verbondenheid.

Jezus liet een voorbeeld na van iemand die kwam om te dienen en Zijn leven te geven voor de ander. Hij deed dit nooit voor eer of om persoonlijk gewin. Hij had een enorme liefde voor de mensheid en hij wilde alles wat hij had delen met de anderen. Door zijn leven liet Hij duidelijk zien dat eenheid ontstaat door de instelling om te dienen en de anderen te zegenen. Hij leerde dat de enige weg om één te worden met de anderen het aanpakken van de zonde in mijn eigen vlees is. Dan heb ik de belofte dat ik leven, vrede en blijdschap krijg! Allen die dit doen, ervaren het wonder dat ze lid worden van één lichaam – het lichaam van Christus!

Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf.” Filippenzen 2:3.

Misschien ben je ook geïnteresseerd in de onderstaande artikelen: