Deze website gebruikt cookies om terugkerende bezoeken en voorkeuren te herkennen, voor sociale media mogelijkheden, en om verkeer te analyseren. Door op "Ik accepteer" te klikken, of bij het gebruik van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies en onze gebruiksvoorwaarden.
Geloven is een keuze

Geloven is een keuze

Jarenlang worstelde ik met heftige depressies. Ik mocht leren dat geloven niet afhangt van een gevoel, maar dat geloven een keuze is: mijn keuze!

Vanaf dat ik veertien jaar was, heb ik periodes gehad waarin ik worstelde met heftige depressies. “Was ik maar niet meer wakker geworden,” ging er in zo’n periode vaak door mijn hoofd. “Hoe ga ik deze dag ooit overleven?”

Als iemand toen tegen mij gezegd zou hebben dat ik later op deze periode zou terugkijken als een waardevolle tijd, dan had ik dat niet geloofd. Maar nu, zo’n 15 jaar later, kan ik vol overtuiging zeggen dat ik dankbaar ben voor wat ik heb geleerd in deze moeilijke jaren.  

Ziek

Ik was ziek, maar het lastige van deze ziekte is dat mensen het niet aan de buitenkant kunnen zien. Niet veel mensen begrijpen wat het betekent om een depressieve stoornis te hebben. Dat maakt het soms extra ingewikkeld. Sommigen denken dat je traumatische ervaringen moet hebben gehad om een depressie te ontwikkelen, maar het kan ook gewoon in je genen zitten zoals bij mij het geval was.

Meerderen in mijn familie hebben last gehad van depressieve stoornissen. Daardoor konden mijn ouders mij gelukkig wel goed begrijpen. Ze legden mij uit dat ik ziek was en dat ik me daardoor zo naar en somber voelde. Zoals iemand anders misschien een spierziekte heeft, zo had ik dit. Daar kon ik dus niks aan doen. En omdat het een ziekte was, ging ik ook naar een specialist die hier verstand van had. Een psycholoog heeft toen vastgesteld dat ik een depressieve stoornis had.

Schuldgevoel

Vaak bekroop mij een schuldgevoel, omdat ik het moeilijk vond om te geloven. Want hoe kun je geloven als je tegelijkertijd heel depressief bent? De gedachte aan God kwam niet eens bij mij op en mijn concentratie was zo slecht dat het me niet lukte om in de Bijbel te lezen. Alle gevoel was weg, dus ook het veilige gevoel van geloof dat je kunt hebben. Tijdens de samenkomsten ging alles langs me heen, het kwam niet binnen, ik voelde me niet opgebouwd in mijn geloof.

Geloven is een keuze

Maar ik wílde graag geloven, ik wist dat ik voor Jezus wilde leven! Mijn ouders legden mij uit dat ik in God kon geloven en van Hem kon houden, ook al was ik psychisch ziek en voelde ik dat helemaal niet.

Zo leerde ik inzien dat ik ervoor kon kíezen om te geloven. Geloven dat er een God is. Nu mijn gevoelsleven zo verstoord was, en alle geloof ver weg leek, was het voor mij dé gelegenheid om te strijden voor mijn geloof. Ik zei tegen mezelf: “Het gaat niet om mijn gevoel, het gaat erom dat ik geloof in God ook als ik dat absoluut niet zo voel. Ik kan dus gewoon een besluit nemen en elke dag weer bewust tegen mezelf zeggen ‘Ik geloof in God’. Daar hoef ik niets speciaals bij te voelen.”

Vaak speelde er een liedje van een kinderconferentie door mijn hoofd: “God is mijn God, die keuze sla ik vast!” Dat was mijn lijftekst, jarenlang. Elke ochtend dacht ik: “God is MIJN God, die keuze sla ik vast!” Het was zo duidelijk voor me: geloven is een keuze, geen gevoel.

Hoe is het met je gezindheid?

Op een dag stuurde een goede vriendin van mij een berichtje: “Hoe is het met je gezindheid?”

Ik snapte gelijk dat ze “gezondheid” bedoelde, maar het zette me wel aan het denken: “Hoe is het eigenlijk met mijn gezindheid, met mijn instelling en verlangen diep vanbinnen?”

Ik kwam tot de conclusie dat het goed ging met mijn gezindheid: dat ik nog steeds graag voor God wilde leven. Eindelijk kon ik oprecht zeggen: “Het gaat goed met mij, want het gaat goed met mijn gezindheid!” In plaats van dat ik moest zeggen dat ik me nog steeds zo naar voelde. Dit was voor mij een echte eyeopener.

Je gedachten sturen

Het werd mij duidelijk dat die vele negatieve gedachten die kunnen opkomen op een dag, geen vat hoefden te krijgen op mijn gezindheid. Ik was niet machteloos, ik kon ervoor strijden om een goede gezindheid te bewaren!

Dat een gedachte opkomt, daar kan ik niets aan doen, daar ben ik niet schuldig aan. Maar ik leerde dat ik niet mee hoefde te gaan in die gedachten die opkwamen. Ik mocht de baas worden over mijn gedachten. Als ik mij bijvoorbeeld neerslachtig voelde, en de gedachte opkwam: “begrepen de anderen mijn situatie maar, ik heb het veel zwaarder dan alle anderen”, dan hoefde ik daar niet langer in mee te gaan. Dan zei ik tegen mezelf: “Nee! Die gedachte helpt mij niet! In de Bijbel staat dat God ons niet boven vermogen zal beproeven en dat Hij ook voor de uitkomst zorgt. Daar kan ik mij aan vasthouden.”

Nog zo’n mooie tekst, uit Psalm 23: “De Here is mijn Herder, mij ontbreekt niets.” Hoeveel duidelijker moet het er nog staan?

Geen bezorgdheid

Rond mijn eenentwintigste verjaardag verergerden de depressieve klachten. Ik kreeg een burn-out en had regelmatig angst- en paniekaanvallen. Suïcidale gedachten drongen zich aan me op. Ik had vaak het gevoel dat ik niet meer kón.

Niet zo gek dat er regelmatig door mij heen ging: “Misschien blijf ik wel de rest van mijn leven depressief.” Maar iedere keer als dat soort gedachten opkwamen, legde ik mijzelf weer uit: “Dit denkt mijn hoofd, en dat is niet erg, maar ik ga hier niet langer over nadenken, want dit is bezorgdheid. En bezorgdheid is zonde.”

Ik had dus een keuze! Ik mocht kiezen om er niet verder over na te denken en mij geen zorgen te maken. Ik hield me vast aan woorden die mij daarbij hielpen: “Wees in geen ding bezorgd (Fil. 4:6)”, zei ik dan tegen mijzelf. Of dan zong ik: “Maak je van zorgen vrij en zeg wat Jezus zei: Uw wil geschiedde Heer, laat dat je standpunt zijn!” (lied 459 Wegen van de Heer, SSSF)

Een waardevolle periode

Na een lange zoektocht kreeg ik bij een psychiater uiteindelijk medicatie die goed aansloeg. Sindsdien heb ik al jaren geen last meer van depressieve klachten en geniet ik weer van het leven.

De jaren die achter mij liggen zijn heftig geweest, maar ook enorm waardevol. Al als jong meisje had ik mij bekeerd tot God. Maar ik merkte ook dat mijn relatie met God soms wat oppervlakkig was; ik kon het zelf wel, ik had God niet zo nodig, vond ik.

Dankzij de depressies besef ik hoe afhankelijk ik ben van God. Zonder Hem was ik er waarschijnlijk niet eens meer geweest. God gebruikte die moeilijke omstandigheden om mij te vormen en mij iets te leren. Hij liet mij zien hoe ik kan kiezen om te geloven. Mijn geloof in Hem is hierdoor nog sterker geworden! Ik ben dankbaar dat ik die les mocht leren.

Bijbelverzen komen uit de Herziene Statenvertaling, tenzij anders aangegeven.