Wat wil het zeggen om de goede strijd van het geloof te strijden?

De vermaning van Paulus in 1 Timotheus 6:11-14 laat ons zien dat geloof om actie vraagt. Maar wat betekent dat nu eigenlijk?

Geschreven door Sigurd Bratlie
Wat wil het zeggen om de goede strijd van het geloof te strijden?

De goede strijd van het geloof strijden betekent dat je door geloof in het woord blijft, wat je ook voelt en wat je als mens ook denkt te begrijpen. Jezus zei: “Als u in mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelenJohannes 8:31.

Strijd de goede strijd van het geloof: Geef de zonde geen macht

Er staat geschreven: “Word niet overwonnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.” Romeinen 12:21.

Je hebt lusten en begeerten die het tegenovergestelde beweren. Je verstand zegt: “Dat kan toch niet, dan doen ze maar met je wat ze willen; Dan lopen ze over je heen,” enzovoort

Paul vermaant als volgt: “Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere. Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen.” Romeinen 6:11-12.

De goede strijd van het geloof strijden wil zeggen dat je vast verankerd bent in Gods woord, in de kracht van de heilige Geest, jezelf dood acht voor je gevoel en je menselijke redenering, en de zonde niet in je sterfelijke vlees laat regeren door aan je lusten toe te geven. (Lukas 9:23) Paulus zegt hetzelfde: “Als u door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven.” Romeinen 8:13.

Dat gebeurt niet zonder een strijd en zonder lijden. Petrus formuleert het als volgt: ”Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met het dienen van de zonde…”

1 Petrus 4:1. Daarom moeten we in het vlees lijden willen we ophouden met het dienen van de zonde. Als je door de Geest wilt doden wat uit je vlees omhoog komt zodat je lusten niet de macht krijgen, ontstaat er lijden in het vlees.

Strijd de goede strijd van het geloof: slavernij of vrijheid?

De meeste mensen die zich christen noemen willen niets weten van deze strijd en van dit lijden. De meeste predikers doen hun best om het christenleven zo makkelijk en heerlijk als mogelijk te laten lijken. Ze leggen uit hoe Jezus alles heeft gedaan en dat wij daarom niets hoeven te doen. Ze zeggen: “Jezus leed voor ons; Hij is voor ons gestorven, en Hij heeft ons volkomen verzoend. Je hoeft alleen maar in zijn volbrachte werk te geloven, dan leven we als vanzelf een overwinningsleven. Zie alleen maar op Jezus, dan komt de vrucht van de Geest vanzelf waarover we lezen in Galaten 5:22.

Ze kunnen “Volmaakte vrijheid” in Christus verkondigen ondanks dat ze de mensen die zij dienen voortdurend in allerlei zonden zien leven, en ondanks dat ze zelf geen overwinning hebben. Ze leven in geldzucht, jaloersheid en ontucht. Ze zijn in valse vrijheid terecht gekomen en hebben de genade in losbandigheid veranderd. (Judas 4) Ze verdragen de gezonde leer niet omdat ze hun gehoor van de waarheid afgekeerd hebben en zich tot verzinsels hebben gekeerd. (2 Timotheus 4:2-4)

Strijd de goede strijd: een oproep tot actie

Wie van de waarheid houdt, weet dat een leven in overwinning in de deugden van Christus niet iets is wat vanzelf gaat. Daarom heeft de bijbel het over een smalle weg, over het kruis en over zelfverloochening- lijden en dood. De bijbel is vol ernstige vermaningen. Daar vind je woorden als: “Werk aan uw zaligheid met vrees en beven…” (2 Timotheus 4:2-4) “Strijd om binnen te gaan door de nauwe poort…” Lukas 13:24

“Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin…” 1 Timotheus 4:16

“Oefen uzelf in de godsvrucht.” 1 Timotheus 4:7

En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis…” 2 Petrus 1:5

Jezus heeft de Heilige Geest juist daarvoor gezonden dat we kracht zouden krijgen om de goede strijd van het geloof te strijden.

Maar als je de goede strijd voert om je aan Zijn Woord te houden en als je het over heiliging hebt, dan roepen ze: “Slavernij! Je ploetert op eigen kracht! Je wilt jezelf heiligen” etc. etc. Het zijn vijanden van het kruis van Christus. Dat zie je aan hun gedrag. (Filippenzen 3:18-19) Daarom hebben ze geen gemeenschap met elkaar zoals de Vader en de Zoon gemeenschap hebben. Ze willen niet erkennen wat er in Jakobus 4:1-4 staat. Zij hebben de waarheid de rug toegekeerd en geloven nu de leugen. Zij zijn niet gezond in het geloof. (Titus 1:13)

Gezonde vermaningen

Kies er liever voor om de gezonde leer te horen, het gezonde geloof en Paulus’ gezonde vermaningen!

U echter, o mens die God toebehoort, ontvlucht deze dingen. Jaag daarentegen gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid na. Strijd de goede strijd van het geloof, Grijp het eeuwige leven, waartoe je ook geroepen bent en de goede belijdenis hebt afgelegd voor vele getuigen. Ik beveel u voor God, die alle dingen levend maakt, en voor Christus Jezus die onder  Pontius Pilatus de goede belijdenis afgelegd heeft, dit gebod onbevlekt en onberispelijk te bewaren tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus“. 1 Timotheüs 6:11-14.

Dit is een bewerkte versie van een artikel dat voor het eerst in het Noors werd gepubliceerd in het tijdschrift “Skjulte Skatter” (“Verborgen Schatten”) van BCC in juni 1961 onder de titel “Strijd de goede strijd des geloofs!”
 © Copyright Stiftelsen Skjulte Skatters Forlag

Misschien ben je geïnteresseerd in onze themapagina over geloofsgehoorzaamheid.

Download gratis e-book

Het nieuwe verbond en het geheimenis der wetteloosheid

Geschreven door Sigurd Bratlie

Het nieuwe verbond is een persoonlijk verbond tussen ons en God, waarin wij ons verplichten om Zijn gehele wil te doen, en op Zijn beurt verplicht God Zich om ons toe te rusten met alles dat we nodig hebben om dit te doen. Het geheimenis van de wetteloosheid is dat de meeste mensen dit onderdeel van de genade die Jezus ons heeft gebracht wegverklaren, en in plaats daarvan Gods genade voorwenden als een permissie om te zondigen.