Gods verlossingsplan – Wat de wet niet vermocht

Gods werk met mensen – de wet

“Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Hebreeën 1:1-2.

Sinds de tijd van Adam en Eva heeft God tot de mensheid gesproken over Zijn wil, door middel van Zijn wetten en geboden, zowel direct gegeven als via zijn profeten. Hij gaf de wet aan Israël via Mozes, als een hulp voor hen om het verbond te houden dat Hij met Abraham en zijn nageslacht had gesloten. Dit was een zegen voor hen, en het zorgde ervoor dat ze werden afgescheiden van de heidenen. Het waren wetten en regels over hoe mensen zouden leven, maar ze misten de kracht om volgens die wet te leven.

De rechtvaardigen en godvrezenden onder het volk Israël worstelden in hun eigen kracht om zich aan de vele geboden en regels van de wet te houden. Een van de eisen van de wet was dat ze niet zouden begeren. Dit was een eis die onmogelijk te vervullen was in hun eigen menselijke kracht. Begeerte was in hun binnenste, en de wet kon dat alleen veroordelen wanneer de zonde van begeerte zich uitte in een daad. Offers brachten hen vergeving van zonden, maar konden nooit de begeerte en de zonde wegnemen. Ze konden er van buiten mooi uitzien, maar binnenin voerden de lusten en begeerten oorlog in hun leden. Sommigen van hen kregen het voor elkaar om tot een bepaalde hoogte Gods wil te doen dankzij hun godvrezendheid, maar ze bereikten nooit de rust en vrede die God wilde dat ze zouden hebben.

Wat de wet niet vermocht

Nadat God enkele duizenden jaren had gewerkt met de mensheid, “vele malen en op vele wijzen”, zonder dat ze de belofte hadden verkregen, besloot Hij iets compleet nieuws te doen. Hij zond Zijn eigen Zoon naar de aarde om een nieuwe en levende weg te banen, om eindelijk de kop van de slang (Satan) te vermorzelen (Genesis 3:15), en hem te onttronen die de macht had over de dood, dat is de duivel.

“Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham. Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen. Hebreeën 2:14-18.

In de brief aan de Romeinen beschrijft Paulus de het grote werk dat God in Jezus heeft gedaan, en de geweldige mogelijkheden die dat voor ons heeft geopend.

“Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees – God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest. Romeinen 8:3-4.

De lusten en begeerten van het vlees waren sterker dan de eis van de wet, daarom was de wet krachteloos wanneer het op de zonde aankwam. Bijvoorbeeld, de wet was krachteloos waar het jaloezie betrof. Dat werkt binnenin een persoon, waar de wet het niet kan veroordelen of er ook maar iets aan kan doen. Hier zien we wat onmogelijk was voor de wet – namelijk om de mensen de wet te laten vervullen: “Gij zult niet begeren.” Met andere woorden, de wet raakte de wortel van de zonde niet, of de zonde in het vlees, die alle mensen hebben geërfd na de zondeval. Om deze inwonende zonde te vernietigen, moest een werk plaatsvinden in een echt persoon met vlees en bloed zoals de kinderen, in wie de lust tot zonde – het resultaat van de zondeval – ook woonde. God Zelf moest de zonde veroordelen in het vlees van die persoon.

Het werk dat plaatsvond in Jezus toen Hij als mens op aarde was, was niet omwille van Zichzelf. In Hebreeën 2 lezen we dat Hij het deed omwille van zijn broeders, degenen die Hem willen accepteren als hun Verlosser en Hem willen volgen op de weg die Hij baande. Hij deed het zodat Hij ons kan helpen om datzelfde leven te bereiken. Lees verder om te ontdekken waarom Jezus’ leven en dood van zo’n grote betekenis is voor ons als mensen.

1

Introductie

Waarom is het voor ons van zoveel betekenis dat Jezus was geboren “uit het geslacht van David”?

Lees meer
2

Waarom moest Jezus gehoorzaamheid leren?

Zou Jezus hebben kunnen zondigen? Waarom is deze vraag van het grootste belang voor christenen?

Lees meer
3

Jezus: Zoon des Mensen, of Zoon van God?

“Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God, dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften – aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, […]

Lees meer
4

Gods verlossingsplan – Wat de wet niet vermocht

Gods werk met mensen – de wet “Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft […]

Lees meer
5

Gods verlossingsplan – de betekenis van Christus geopenbaard in het vlees

Christus geopenbaard in het vlees “Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees…” Romeinen 8:3. Wat de wet niet kon doen was mensen vrijmaken van de lusten en begeerten, de neiging tot zonde die in hun vlees […]

Lees meer
6

Christus in het vlees verloochenen – de geest van de Antichrist

“Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij […]

Lees meer