Wees niet zo stoer dat God de leiding niet krijgt in je leven

Wees niet zo stoer dat God de leiding niet krijgt in je leven

Je kon het van mijn gezicht aflezen: “Hoi. Deze jongen heeft hulp nodig.”

9 min. ·

Ik geloof dat veel mensen worstelen met een laag zelfbeeld; er zijn heel veel mensen die weinig zelfvertrouwen hebben.

Wat mijzelf betreft heb ik daar best veel mee geworsteld toen ik jong was. Ik had weinig zelfvertrouwen en worstelde met moedeloosheid. Ik ging op en neer als een jojo. Ik hoorde het woord van God en ik wilde een echte christen zijn: een die leefde in overwinning over zonden zoals de begeerte naar meisjes, de begeerte om groot en bewonderd te willen worden, moedeloosheid, etc. Ik wilde op het punt komen dat ik onwrikbaar was, en niet zo makkelijk te beïnvloeden door alles om me heen. Maar ik dacht nooit echt dat me dat ging lukken. Ik dacht: “Ik ben zo veel slechter dan alle anderen. Mijn karakter – alles zit me tegen en het lukt gewoon niet voor mij.”

Heel weinig zelfvertrouwen

Als kind was ik thuis een soort “gangmaker”. Maar ik was ook extreem verlegen. Ik kon bijvoorbeeld iedereen aan het lachen krijgen; ik kon grappen maken aan de eettafel. Maar als ik dan al mijn broertjes en zusjes aan het lachen had gemaakt en mijn vader vroeg me plotseling: “Wat was dat, Rolf? Ik hoorde het niet. Wat zei je daar?” dan bloosde ik. Ik werd knalrood in het bijzijn van mijn eigen broertjes en zusjes. Dan begon ik te stotteren en ik kon niet herhalen wat ik gezegd had. Verschrikkelijk verlegen. Heel weinig zelfvertrouwen.

Ik zat vaak “in de put”, het leven was verschrikkelijk voor mij. Veel puisten. Lelijk gezicht. Grote neus. Grote oren. Over het algemeen was ik een soort meelijwekkend figuur. En mijn leven werd, vanwege een tekort aan geloof in God, bepaald door mijn gevoelens.

Bang om los te laten

Een van mijn broers zei een keer tegen me: “We wisten toen we jong waren en jij kwam binnenlopen, of het thuis een goede avond zou worden of een nare avond, want we merkten het wanneer je moedeloos was of niet.”

Ik was opgegroeid met het horen van Gods woord, en ik wilde het leven bereiken dat beschreven stond in de Bijbel, waarin ik het “voor enkel vreugde kon houden”, en geloven dat mijn “lichte last der verdrukking een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid bewerkt”. Ik wilde dat deze woorden waar werden voor mij, en niet alleen maar iets dat ik had gelezen of waar ik over had gehoord. Maar ik werd geleid en beheerst door mijn gevoelens, en alles draaide om “de zichtbare dingen”. Het duurde een tijd voordat ik echt begon te vertrouwen op God en Hem mijn hele hart wilde geven. Ik was bang om los te laten. Ik was bang om God mijn leven over te laten nemen. Bang voor de toekomst.

De schijn ophouden

Dus ik probeerde een schijn op te houden. Ik ben best wel een grote jongen, een sterke jongen. Maar binnenin die sterke jongen zat eigenlijk een heel zwakke jongen. Ik voelde me verschrikkelijk. Ik vergeleek mezelf met iedereen om me heen.

Ik denk dat veel jongeren zich hierin herkennen: Jonge kerels die hun schouders naar achteren houden om er sterk uit te zien, en op een arrogante manier lopen, vanwege een laag zelfbeeld. Ze proberen om dat tekort aan zelfvertrouwen te verbergen achter een grote mond en een zelfingenomen houding. Maar achter die façade is er alleen maar ellende. Ze zijn alleen en somber. Ze voelen zich verschrikkelijk. Maar ze voeren een show op om zichzelf als het ware te beschermen tegen de schaamte van het moedeloos zijn, de gêne van het zwak zijn. Terwijl ze in werkelijkheid bang zijn om God de teugels in handen te geven.

Wat ik miste

Persoonlijk heb ik niet de vreugde van het evangelie gevonden in mijn jeugd. Ik kreeg niet de “vreugdeolie” over mijn leven. Maar toen ik pas echt ontdekte wat de voorwaarden waren om de vreugdeolie te krijgen (Hebreeën 1:9), zag ik in dat het evangelie het probleem niet was. Het probleem was dat ik niet gewillig was om alles op te geven, om God volledig te vertrouwen en Hem de leiding te geven. Het duurde een tijd voordat ik op dat punt kwam. De beslissing werd gemaakt in mijn late tienerjaren. Toen begon ik pas echt de strijd aan te gaan tegen mijn eigen natuur; tegen mijn eigen tekort aan zelfvertrouwen. Ik moest er iets aan doen. Óf ik zou het opgeven om een christen te proberen te zijn – hoewel ik nooit had gevoeld dat dat echt een optie zou zijn – óf ik zou mezelf Gods wil in gooien: erkennen dat ik een zwak persoon ben die hulp nodig heeft. Ik stopte ermee om me anders voor te doen.

Mijn roeping erkennen

Er staat in 1 Korintiërs 1:26-28: “Zie slechts, broeders, wat gij was, toen gij geroepen werd: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen; en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wèl iets is, zijn kracht te ontnemen.”

Ik behoorde heel zeker bij degenen die niet bepaald wijs, invloedrijk of aanzienlijk waren. Maar Paulus zegt: Erken je roeping. Niet vele wijzen. Niet vele sterken. Maar God heeft de dwaze dingen, de simpele dingen, de zwakke dingen uitgekozen om de wijzen te beschamen. Dat was mijn toestand. Je kon het van mijn gezicht aflezen: “Hoi. Deze jongen heeft hulp nodig.” En ik voelde me ook zo. Maar hoe ik me voelde veranderde niets aan het feit dat God mij had uitgekozen. Ik moest me vasthouden aan mijn roeping, om te geloven dat God mijn gekozen had en iets in mijn leven kon doen.

Ik. “Lelijke ik. Slechte ik. Arme ik.” Al dat soort gedachten. Ik moest ze bewust afwijzen en ervoor kiezen om te geloven dat God in mij het willen en het werken had gewerkt. Ik moest stoppen met morren en klagen over wat ik was, en mijn tekort aan het een of het ander. Want dat was echt ongeloof. Het was ongeloof dat God iets in mij kon doen.

“Nooit meer!”

Dus ik nam me voor: “Nooit meer!” Ik zou een strijd aangaan tegen al deze moedeloze en zelfvernietigende gedachten. Ik zou niet verder leven als een moedeloze man, verslagen door de zonde.

Dat betekent niet dat het geen strijd is geweest. Ik ben vaak verzocht geweest, zwaar verzocht geweest om moedeloos te worden. Omdat dat in mijn natuur ligt. Maar ik kan zeggen dat ik gevochten heb. En ik heb hard gevochten. Vaak zat ik op mijn knieën, met niet veel kracht meer over. Maar ik besloot dat ik niet zou toegeven! Ik zou God mijn leven laten regisseren en er met heel mijn hart in geloven dat Hij mij gekozen had, ongeacht wat ik voelde.

En daarmee kon ik mijn schouders weer ontspannen laten rusten, in plaats van er zo breedgeschouderd uit proberen te zien. Ik kon geloven in en vertrouwen op God.

Hij maakte iets

Ik herinner me dat ik toen ik jong was in de auto reed. Ik leek wel gek, ik reed zo hard als ik kon, en fantaseerde over een paaltje ofzo dat een einde kon maken aan dit ellendige leven. Ik ging van die toestand naar het worden van een man die iedere dag van mijn leven is geholpen door God, in welke situatie ik me ook bevond. Ik ben een gelukkig man geworden, met kinderen en kleinkinderen die door Gods genade nooit een vader of opa zullen zien die terneergeslagen is.

Ik kan niet bepaald zeggen dat ik een verschrikkelijke hoeveelheid zelfvertrouwen heb vandaag de dag. Maar ik heb wel een groot vertrouwen in mijn roeping. Ik heb een groot vertrouwen in het feit dat God besloot om iets te doen. Hij besloot in mij te gaan werken en ik liet dat toe. Eigenlijk is het zo eenvoudig. Hij besloot om iets van mij te maken. En Hij is de meester van de schepping… Hij zei: “Er zij licht” en er was licht, ook al waren er destijds nog geen elektriciens en kabels… Ik bedoel, Hij maakte iets. En Hij dat ook maken in een mens, die zich ellendig voelt, en te weinig zelfvertrouwen heeft; Hij kan iets creëren dat eeuwig is.

God werkt ook in jou!

En als ik in het bijzonder denk aan jonge mannen, jongens, dan wil ik alleen maar zeggen: Wees niet zo stoer dat God de leiding niet kan krijgen in je leven. Want binnenin die stoere buitenkant zit vaak een zwak persoon, bang voor het leven, bang voor de toekomst, bang voor keuzes die gemaakt moeten worden. Laat niet die sterke façade jouw leven ruïneren. Erken liever je zwakheid en werk in geloof in God! En denk niet zo veel aan het verleden – denk niet aan de ellende van het verleden zodat daar je aandacht ligt, en je toekomst ook geruïneerd wordt. Laat liever het verleden het verleden zijn. En geloof erin dat God in jou het willen en het doen heeft gewerkt.

Je wilt het goede doen, toch? Nou, God heeft dat in jou gewerkt! Die wil om het goede te doen is niet door mensen gemaakt. Lees maar in Romeinen 3:10-18, en erken dat dit de waarheid is over jezelf. Als jij voelt en gelooft dat jij je hier ook maar iets in herkent, en toch een verlangen merkt om het goede te doen, dan kun je er zeker van zijn dat het God is die dat in jou gewerkt heeft, die wil om het goede te doen. En Hij heeft in jou zowel het willen als het doen gewerkt (Filippenzen 2:13). Dus: Doe het! Doe het in geloof in God die in jou heeft gewerkt. Doe het in dat vertrouwen – noem het zelfvertrouwen – het maakt me niet uit, maar doe het in dat vertrouwen dat God het is die werkt. Hij wil iets geweldigs doen in jouw leven! Stel je vertrouwen op Hem.

Bijbelverzen komen uit de Herziene Statenvertaling, tenzij anders aangegeven.