Ga naar de inhoud

Al de volken tot discipelen maken

Hoe kunnen we een van de grootste opdrachten die ons is toevertrouwd vervullen?

Het zendingsbevel

“En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” Matteüs 28:18-20.

Wat is het een troost dat Hij die alle macht in hemel en op aarde heeft met ons is! Hij is mee in al onze werken en in deze grote taak die wij hebben ontvangen.

Toen Jezus ons opdroeg om “al de volken tot mijn discipelen” te maken, voegde Hij eraan toe dat ze zullen worden gedoopt “in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest.” Deze doop is niet alleen een openlijke belijdenis van geloof in Jezus, maar een doop tot een nieuw leven – een leven zonder in zonde te leven: “Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.” Romeinen 6:1-4.

Onderhouden al wat Jezus ons heeft bevolen

Hieruit begrijpen we dat het worden van een discipel niet alleen te maken heeft met de doop en het accepteren van Jezus in ons hart. Het heeft betrekking op al wat Jezus ons heeft bevolen; het is een leven waarin we Jezus volgen, de Meester. Wanneer Jezus’ discipelen uitgaan en meer mensen tot discipelen maken, dan houdt dat in dat deze mensen niet alleen worden onderwezen over de vergeving van zonden, en het tot geloof komen, maar ook over de geloofsgehoorzaamheid die hoort bij een discipelleven. Het betekent dat ze moeten leren dagelijks hun kruis op te nemen en hun eigen leven dat gebonden is aan de zonde te verloochenen, zoals Jezus ons heeft bevolen. Dit is ook wat Paulus bedoelt met “gedoopt te worden in zijn dood.” Een discipel die dit doet wordt opgewekt om “te wandelen in nieuwheid des levens”, waarbij hij steeds meer van Jezus’ deugden, Zijn leven, verwerft. In andere woorden, een discipel wordt steeds meer gelijk aan zijn Meester.

Maar weinigen zijn bereid om alles op te geven om in waarheid discipelen te worden. Jezus Zelf ervoer dit in Zijn tijd. Veel mensen zijn bereid om in Jezus te geloven om zodoende vergeving van zonde te ontvangen en de belofte van eeuwig leven. Maar Jezus zei tot hen die in Hem geloofden: “Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:30-36. Hier verwijst Jezus naar de waarheid over ons eigen leven – de zonde in onze natuur. Zijn woorden beschijnen de ellendigheid van onze menselijke natuur als een spotlight. De bedoeling is dat wij tot erkenning kunnen komen, onszelf verloochenen, dagelijks ons kruis opnemen en Hem volgen, en zo worden bevrijd van deze zonde. Maar toen Jezus dit begon te prediken, begonnen de mensen Hem te haten.

“Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn.” Johannes 3:18-21.

Vandaag de dag is het net zo. Wanneer mensen zich realiseren dat het worden van Jezus’ discipel hen hun eigen leven kost, worden velen vijanden van het kruis van Christus. (Filippenzen 3:18) Ze zijn geen vijanden van Jezus’ werk op het kruis van Golgotha, waar Hij het verzoenende offer werd voor hun zonden. Ze zijn vijanden van het dagelijkse kruis om zichzelf te verloochenen, en zijn niet bereid om hun eigen leven af te leggen (of de zonde in het vlees). Daarom kunnen zij geen discipelen worden.

“Volg mij na, zoals ik Christus navolg”

We kunnen anderen slechts helpen om discipelen te worden voor zover we zelf zijn geholpen. Wat we anderen leren moet in overeenstemming zijn met ons eigen leven. We moeten zelf discipelen zijn, Jezus volgen op de weg van het kruis. Op die manier worden we veranderd naar Zijn beeld, en na verloop van tijd kunnen we net als Paulus zeggen: “Volg mij na, zoals ik Christus navolg.” 1 Korinthiërs 11:1. Dit leven wordt tastbaar – iets dat anderen kunnen zien, of zoals Paulus het zei, een geur die ze kunnen ruiken: “Maar God zij gedankt, die ons te allen tijde in Christus doet zegevieren en de reuk van zijn kennis allerwegen door ons verspreidt, want wij zijn voor God een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan; voor dezen een doodslucht ten dode, voor genen een levensgeur ten leven. En wie is tot zulk een taak bekwaam?” 2 Korinthiërs 2:14-16.

Zij die een verlangen hebben om Jezus te volgen en tot datzelfde leven te komen, zij die moe zijn van hun zonde, bemerken het leven in andere discipelen en worden ertoe aangetrokken. Zij hebben een open hart en geest om het evangelie te ontvangen. Voor anderen is de “boodschap van het kruis” dat de discipelen brengen een dwaasheid, en zij verwerpen het. (1 Korinthiërs 1:18)

Vandaag leven we in een tijd waarin veel christelijke gemeenten bestaan en er zijn veel mensen die zichzelf christenen noemen, en velen hebben dus ook vergeving van zonden ontvangen. Maar net zoals in Jezus’ tijd, zijn er maar weinig die bereid zijn om Zijn discipelen te worden, en nog minder zijn in staat om de weg te wijzen tot discipelschap door hun eigen leven en dus door hun woorden. Jezus Zelf zegt: “De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst.” Lukas 10:2. Hij heeft arbeiders nodig die hun leven aanbieden als instrumenten voor Zijn werk, en die niet terugdeinzen wanneer offers worden gevraagd.

Als we dat doen, worden we echt getroost en gesterkt door Jezus’ laatste woorden op aarde: “En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” Matteüs 28:20. Hij die alle macht in de hemel en op aarde heeft is met ons. Hij zal ons niet verlaten! Hij heeft beloofd dat ons werk voor Hem zal slagen.

2

Wie is een discipel?

Miljoenen mensen aanbidden Jezus als Heer. Maar wat betekent het om een discipel te zijn?

Lees meer
3

Wat kost het om een discipel te worden?

Bij verschillende gelegenheden drong Jezus er bij mensen op aan om de kosten te berekenen voordat zij voor zichzelf besloten om Hem te volgen – om Zijn discipel te worden.

Lees meer
6

Al de volken tot discipelen maken

Hoe kunnen we een van de grootste opdrachten die ons is toevertrouwd vervullen?

Lees meer
Volg ons